De Wet meer zekerheid flexwerkers is aangenomen. De Eerste Kamer stemde op 7 juli 2026 in, en de wet is gepubliceerd in het Staatsblad (2026, 205). Het grootste deel gaat in op 1 januari 2028. Het nulurencontract verdwijnt dan voor de meeste werknemers, het min-maxcontract krijgt een wettelijke bovengrens en de ketenregeling wordt flink strenger. Werkt u met oproepkrachten of tijdelijke contracten, dan is 2027 het jaar om uw contracten en planning aan te passen.
De datums staan vast in het inwerkingtredingsbesluit (Staatsblad 2026, 206):
Vanaf 1 januari 2028 moet in elke arbeidsovereenkomst een arbeidsomvang van meer dan nul uur staan. Die omvang mag u per week, per maand of per jaar afspreken. Kiest u voor een jaarurennorm, dan gelden drie voorwaarden:
De bestaande drie-urenregel blijft gelden. Werkt iemand minder dan 15 uur per week zonder vaste werktijden, dan betaalt u per oproep minimaal drie uur loon, ook als de dienst korter duurt.
Wilt u flexibiliteit in uren houden, dan kunt u een bandbreedtecontract aanbieden. U spreekt een minimum en een maximum aantal uren af, per periode van hoogstens een kwartaal. De regels:
Voor een beperkte groep blijft het oproepcontract zonder vaste uren toegestaan:
Voorwaarde is dat zij gemiddeld hoogstens 16 uur per week werken. Of iemand scholier of student is, mag u met alle middelen aantonen. Leg dat wel vast in het personeelsdossier, want bij een geschil moet u het kunnen bewijzen. Bewaar bijvoorbeeld een bewijs van inschrijving bij de onderwijsinstelling.
Vervalt een voorwaarde, bijvoorbeeld omdat de student afstudeert of structureel meer gaat werken, dan wordt het contract vanaf dat moment automatisch een bandbreedtecontract. Het minimum is dan het gemiddelde aantal gewerkte uren over de afgelopen twaalf maanden. Houd dus bij wanneer studenten afstuderen of de 16-urengrens overschrijden.
Lopende oproepovereenkomsten worden op 1 januari 2028 van rechtswege omgezet in een bandbreedtecontract. Daarvoor hoeft u niets te doen, maar de uitkomst ligt dan ook niet meer in uw handen:
Het overgangsrecht regelt niet uitdrukkelijk wat het maximum wordt na een automatische omzetting. Laat het daarom niet op 1 januari 2028 aankomen. Spreek in de loop van 2027 een nieuw contract af waarin minimum, maximum en beschikbaarheid duidelijk zijn vastgelegd.
De ketenregeling zelf blijft gelijk: na meer dan drie tijdelijke contracten, of na meer dan 36 maanden, ontstaat een vast contract. Wat verandert is de tussenpoos die de keten doorbreekt.
| Nu | Vanaf 1 januari 2028 | |
|---|---|---|
| Tussenpoos die de keten doorbreekt | Meer dan 6 maanden | Meer dan 36 maanden |
| Verlenging bij cao (tot 48 maanden / 6 contracten) | Mogelijk | Vervalt; bestaande cao-afspraken gelden nog hoogstens 12 maanden |
| Scholieren en studenten (gemiddeld hoogstens 16 uur/week) | 6 maanden | Blijft 6 maanden |
De zogenoemde draaideurconstructie, waarbij een werknemer na zes maanden pauze opnieuw tijdelijk wordt aangenomen, is daarmee in de praktijk voorbij. Voor tijdelijke contracten die vóór 1 januari 2028 zijn gesloten, geldt overgangsrecht met de oude tussenpoos.
Let op: wie een tijdelijk contract niet verlengt, is een transitievergoeding verschuldigd. Lees meer in ons artikel over de transitievergoeding.
Huurt u uitzendkrachten in, dan veranderen er twee dingen. Al per 31 december 2026 heeft de uitzendkracht recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als uw eigen werknemers, en niet alleen op gelijk loon. Uw uitzendbureau zal daarvoor informatie bij u opvragen. Vanaf 1 januari 2028 duurt de fase met uitzendbeding hoogstens 52 weken, en kan het uitzendbeding niet meer worden ingeroepen zolang de uitzendkracht ziek is. Houd er rekening mee dat uitzendbureaus deze kosten doorberekenen.
Wet meer zekerheid flexwerkers, Staatsblad 2026, 205 (Kamerstukken 36 746) · Besluit van 13 juli 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding, Staatsblad 2026, 206 · Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 7:628a, 7:628aa, 7:628ab, 7:628ac, 7:668a en 7:691 (nieuw, per 1-1-2028) · Overgangswet nieuw BW, art. 228 · Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, art. 8 · Wet financiering sociale verzekeringen, art. 27 · Eerste Kamer, behandeling en stemming 7 juli 2026
Wij zetten de gewerkte uren van uw oproep- en min-maxkrachten op een rij, rekenen het minimum na omzetting voor u uit en passen de arbeidsomvang en WW-premie in de loonadministratie op tijd aan.
Neem contact op →