In de praktijk is het niet altijd duidelijk wat de 80% eindheffing van de werkkostenregeling nu precies betekent voor de werkgever en de werknemer. Wat op het eerste gezicht een forse kostenpost lijkt, kan in de praktijk heel anders uitpakken — afhankelijk van hoe u een vergoeding of bonus uitkeert. In dit artikel zetten we de vier meest gebruikte opties naast elkaar en laten we aan de hand van een concreet rekenvoorbeeld zien wanneer de WKR-route met eindheffing juist voordeliger is dan bruto uitkeren.
De werkkostenregeling bepaalt hoeveel u als werkgever onbelast mag vergoeden of verstrekken aan uw werknemers. Dit budget heet de vrije ruimte. Voor 2026 geldt:
| Fiscale loonsom | Vrije ruimte |
|---|---|
| Tot en met € 400.000 | 2,00% |
| Boven € 400.000 | 1,18% |
Zolang u binnen de vrije ruimte blijft, betaalt u geen belasting over vergoedingen en verstrekkingen. Overschrijdt u de vrije ruimte? Dan betaalt u als werkgever 80% eindheffing over het bedrag dat boven de grens uitkomt. De werknemer merkt hier niets van — de eindheffing is volledig voor rekening van de werkgever.
Wilt u meer weten over hoe de WKR in zijn geheel werkt, wat er wel en niet onder valt, en hoe u de vrije ruimte bewaakt? Lees dan ons uitgebreide artikel over de werkkostenregeling 2026.
Stel: u heeft een medewerker in dienst met een jaarloon van € 40.000. Na een goed jaar wilt u hem of haar een bonus van € 1.000 geven. Wat zijn uw mogelijkheden, en wat kost elke optie?
We gaan uit van een kleine werkgever met werknemers op een vast contract. De werkgeverspremies bedragen in dit voorbeeld indicatief circa 17,11%. Dit is een benadering op basis van AWf laag (2,74%), Aof laag (6,27%), Wko (0,50%), Zvw werkgeversheffing (6,10%) en een gemiddelde Whk-premie; de werkelijke premielast wijkt af per sector, contractvorm en werkgeversgrootte. Het bijzonder tarief voor deze werknemer — het tarief dat de Belastingdienst hanteert voor eenmalige uitkeringen zoals een bonus — is in 2026 42,01%. Het maximumpremieloon bedraagt € 79.409, waarmee deze medewerker volledig in de werknemersverzekeringen valt.
U brengt de bonus onder in de WKR en u heeft nog voldoende vrije ruimte beschikbaar. De medewerker ontvangt € 1.000 netto, en u betaalt als werkgever precies € 1.000. Geen heffing, geen premies. Dit is uiteraard de goedkoopste optie — mits de ruimte er is.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Bonus (netto voor werknemer) | € 1.000,00 |
| Eindheffing WKR | € 0,00 |
| Totale kosten werkgever | € 1.000,00 |
| Werknemer ontvangt netto | € 1.000,00 |
De vrije ruimte is al (grotendeels) benut. U brengt de bonus alsnog onder in de WKR, maar over de overschrijding betaalt u 80% eindheffing. De medewerker ontvangt nog steeds € 1.000 netto — de eindheffing ligt volledig bij u als werkgever.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Bonus (netto voor werknemer) | € 1.000,00 |
| Eindheffing WKR (80% × € 1.000) | € 800,00 |
| Totale kosten werkgever | € 1.800,00 |
| Werknemer ontvangt netto | € 1.000,00 |
€ 800 belasting op een bonus van € 1.000 — dat voelt fors. Maar vergelijk dit altijd met de alternatieven, want die pakken soms duurder uit dan u verwacht.
U wilt de vrije ruimte niet overschrijden en betaalt de bonus gewoon bruto uit als loon. U betaalt werkgeverspremies over de bonus, en de werknemer betaalt het bijzonder tarief van 42,01% aan loonheffing. Resultaat: de werknemer houdt minder over dan u wellicht verwacht.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Bruto bonus | € 1.000,00 |
| Werkgeverspremies (± 17,11%) | € 171,10 |
| Totale kosten werkgever | € 1.171,10 |
| Loonheffing werknemer (42,01%) | € 420,10 |
| Werknemer ontvangt netto | € 579,90 |
De werkgever betaalt € 1.171,10, maar de werknemer houdt er slechts € 579,90 aan over. Van elke euro die de werkgever uitgeeft, gaat ruim 57 cent naar de Belastingdienst.
U wilt dat de werknemer netto € 1.000 overhoudt en neemt de loonheffing voor uw rekening door de bonus te bruteren. Dit is de duurste variant: u betaalt niet alleen werkgeverspremies, maar ook de volledige belasting namens de werknemer.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Bruto bonus (gebruteerd) | € 1.724,44 |
| Werkgeverspremies (± 17,11%) | € 295,05 |
| Totale kosten werkgever | € 2.019,49 |
| Werknemer ontvangt netto | € 1.000,00 |
De totale belastingdruk bedraagt hier 101,9% van de netto bonus. Van elke € 1.000 die de werknemer netto ontvangt, gaat er € 1.019,49 naar de Belastingdienst.
De cijfers hierboven zijn vrij inzichtelijk: WKR zonder eindheffing is het goedkoopst, bruteren het duurst. Maar het meest verrassende inzicht zit in de directe vergelijking tussen bruto uitkeren en de WKR-route mét eindheffing.
Stel: uw werkgeversbudget voor de bonus is gelijk aan wat bruto uitkeren kost — € 1.171,10. U heeft twee keuzes: bruto uitkeren, of datzelfde bedrag via de WKR laten lopen waarbij u de eindheffing van 80% voor uw rekening neemt. Wat levert dat de werknemer op?
| Route | Kosten werkgever | Werknemer ontvangt netto |
|---|---|---|
| Bruto uitkeren | € 1.171,10 | € 579,90 |
| WKR met 80% eindheffing | € 1.171,10 | € 650,61 |
Bij gelijke werkgeverskosten ontvangt de werknemer via de WKR-route € 70,71 meer netto. Hoe werkt dat? Als u het budget van € 1.171,10 via de WKR uitkeert, geldt: elke euro netto voor de werknemer kost u € 1,80 (de netto bonus + 80% eindheffing). Dat levert een netto bedrag op van € 1.171,10 ÷ 1,80 = € 650,61. Bij bruto uitkeren betaalt de werknemer zelf 42,01% loonheffing over € 1.000, waarna er slechts € 579,90 overblijft.
De reden voor dit verschil is dat de 80% eindheffing wordt geheven over het netto bedrag dat de werknemer ontvangt, terwijl de loonheffing bij bruto uitkeren wordt geheven over een hoger brutobedrag. Bij hogere belastingtarieven — zoals het bijzonder tarief van 42,01% — pakt de WKR-route daardoor relatief gunstig uit.
Dit voorbeeld gaat ervan uit dat u de bonus bewust via de WKR uitkeert met hetzelfde totaalbudget als bij bruto uitkeren. Dat is niet altijd de situatie. Als u al een concrete netto bonus heeft toegezegd en de vrije ruimte is al op, dan betaalt u bij WKR altijd meer dan wanneer u die ruimte nog had gehad. Bovendien telt het uitkeren via de WKR mee als eindheffingsloon, maar niet als fiscaal loon voor de werknemer — wat gevolgen kan hebben voor het sv-loon en daarmee voor eventuele uitkeringen of pensioenopbouw. In sommige gevallen is dat juist voordelig, in andere gevallen niet.
De conclusie is dan ook niet dat u de vrije ruimte altijd gerust kunt overschrijden. Wel dat u dit vooraf moet laten doorrekenen — want de uitkomst hangt af van de specifieke situatie van de werknemer, uw loonsom en hoeveel vrije ruimte u al benut heeft.
| Optie | Kosten werkgever | Werknemer netto | Naar Belastingdienst |
|---|---|---|---|
| WKR — vrije ruimte beschikbaar | € 1.000,00 | € 1.000,00 | € 0,00 |
| WKR — met 80% eindheffing | € 1.800,00 | € 1.000,00 | € 800,00 |
| Bruto uitkeren | € 1.171,10 | € 579,90 | € 591,20 |
| Bruteren | € 2.019,49 | € 1.000,00 | € 1.019,49 |
* Indicatief voorbeeld op basis van 2026-tarieven: bijzonder tarief 42,01% (jaarloon € 40.000, band € 38.884–€ 45.592), werkgeverspremies ±17,11% (kleine werkgever, vast contract), maximumpremieloon € 79.409. Individuele situaties kunnen afwijken.
Handboek Loonheffingen 2026, Belastingdienst — tabel bijzondere beloningen en WKR-normbedragen · Wet op de loonbelasting 1964, art. 31 en 31a (werkkostenregeling en eindheffing) · Tarieven, bedragen en percentages loonheffingen per 1 januari 2026, Belastingdienst (16 december 2025)
Wij rekenen het voor u door — vooraf, zodat u een bewuste keuze kunt maken en niet achteraf voor verrassingen staat.
Neem contact op →