Per 1 juli 2026 stijgt het wettelijk minimumuurloon (WML) met 1,9% naar € 14,99 bruto per uur. De verhoging is bekendgemaakt door minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de Regeling tot indexatie van het wettelijk minimumloon. Voor werkgevers betekent dit dat loonstroken, arbeidsovereenkomsten en cao-toetsingen per 1 juli moeten worden aangepast. In dit artikel zetten wij alle nieuwe bedragen op een rij en bespreken wij de praktische gevolgen voor uw loonadministratie.
Het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder bedraagt per 1 juli 2026 € 14,99 bruto per uur. De minimumjeugdlonen worden berekend als percentage van dit bedrag en stijgen daarmee evenredig mee:
| Leeftijd | Per 01-01-2026 | Per 01-07-2026 | Stijging |
|---|---|---|---|
| 21 jaar en ouder | € 14,71 | € 14,99 | + € 0,28 |
| 20 jaar | € 11,77 | € 11,99 | + € 0,22 |
| 19 jaar | € 8,83 | € 8,99 | + € 0,16 |
| 18 jaar | € 7,36 | € 7,50 | + € 0,14 |
| 17 jaar | € 5,81 | € 5,92 | + € 0,11 |
| 16 jaar | € 5,07 | € 5,17 | + € 0,10 |
| 15 jaar | € 4,41 | € 4,50 | + € 0,09 |
Het minimumloon wordt twee keer per jaar geïndexeerd — per 1 januari en per 1 juli — op basis van de contractloonontwikkeling. Voor de verhoging per 1 juli 2026 is uitgegaan van de contractloonontwikkeling zoals het Centraal Planbureau (CPB) die heeft geraamd in het Centraal Economisch Plan 2026 (3,882%), verminderd met de helft van de raming die al in de januari-indexatie is verwerkt (Macro-Economische Verkenning 2026).
Dit resulteert in een onafgerond aanpassingspercentage van 1,854%. Na wettelijke afronding komt het bruto minimumuurloon uit op € 14,99 per uur — een stijging van € 0,28 ten opzichte van 1 januari 2026.
Naast het minimumuurloon publiceert de overheid ook het referentiemaandloon. Sinds de invoering van het minimumuurloon per 1 januari 2024 is het maandloon niet langer de directe basis voor de loonbetaling aan werknemers — het uurloon is dat nu. Het referentiemaandloon wordt echter nog wél gebruikt voor de hoogte en indexatie van diverse uitkeringen, zoals de Participatiewet, de WW en de AOW-partnertoeslag.
Per 1 juli 2026 bedraagt het referentiemaandloon € 2.337,00 bruto per maand (per 1 januari 2026 was dit € 2.294,40). Dat is een stijging van 1,86%.
Naast de reguliere indexatie speelt er voor 2027 iets structureels: de percentages van het minimumjeugdloon ten opzichte van het volwassen minimumloon gaan per 1 januari 2027 aanzienlijk omhoog. De maatregel was al door het vorige kabinet aangekondigd en zorgt ervoor dat jongeren van 17, 18 en 19 jaar er tot circa 25% op vooruitgaan. Alleen voor 15-jarigen blijft het percentage (30%) gelijk.
Eveneens per 2027 worden de staffels voor bbl-leerlingen gelijkgetrokken met het reguliere minimumjeugdloon. Dat betekent dat u voor studenten in de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo voortaan dezelfde minimumbedragen aanhoudt als voor overige jongeren van die leeftijd.
Heeft u jongere medewerkers in dienst? Dan is het verstandig nu al te inventariseren welke gevolgen de nieuwe staffels per 2027 hebben op uw loonsom. Wij informeren u zodra de definitieve bedragen beschikbaar zijn.
Een stijging van het minimumloon lijkt eenvoudig, maar vraagt in de praktijk op meerdere fronten aandacht:
Regeling tot indexatie van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2026, minister Vijlbrief (SZW) · Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) · Centraal Economisch Plan 2026, CPB · Macro-Economische Verkenning 2026, CPB
Wij zorgen dat uw loonstroken per 1 juli correct zijn bijgewerkt en dat u aan alle wettelijke verplichtingen voldoet — zonder dat u er zelf naar hoeft te kijken.
Neem contact op →